Onderzoek

Verslaving is een van de belangrijkste risicofactoren voor criminaliteit. Meer kennis over hoe verslaving een rol speelt bij delinquent gedrag en hoe de Verslavingsreclassering GGZ hierop inspeelt, levert een belangrijke bijdrage aan de vermindering van herhaling van strafbaar en ongewenst gedrag. De Hanzehogeschool Groningen, Hogeschool Saxion, de Hogeschool Utrecht en de Stichting Verslavingsreclassering GGZ (SVG) hebben de handen ineengeslagen om onderzoek en de aanpak van delinquent gedrag en verslaving naar een hoger niveau te tillen. Samen vormen zij het Consortium Onderzoek Verslavingsreclassering.

De samenwerking tussen de vier partijen richt zich op:
- De relatie tussen delictfgedrag en cliëntkenmerken/omgevingskenmerken;
- Het professioneel handelen;
- De effecten van het handelen van professionals voor cliënten en hun omgeving;
- De waarde van reclasseren voor de maatschappij

Betrokken experts instellingen
Vanuit de drie hogescholen zijn onderstaande lectoren betrokken:

- dr. Eric Blaauw (penvoerder consortium), lectoraat Verslavingskunde en Forensische Zorg, Hanzehogeschool Groningen
- dr. Vivienne de Vogel, lectoraat Werken in Justitieel Kader, Hogeschool Utrecht
- dr. ir. Attila Németh, lectoraat Waarde van Reclasseren, Hogeschool Saxion

Project Attitudes van reclasseringswerkers

Forensisch sociale professionals hebben een cruciale rol in de trajecten van cliënten met verslavingsproblematiek. Veel onderzoek naar de effectiviteit van het forensische werk gaat over methodieken (‘what works’), er is nog maar weinig bekend over de persoon van forensisch sociale professionals en diens persoonlijke stijl en opvattingen (‘who works’). Wat zijn bijvoorbeeld opvattingen ten aanzien van middelengebruik van cliënten en wanneer/hoe grijp je in?


Werkwijze
Wij zijn benieuwd naar de opvattingen van professionals in het forensische veld. In dit project doen we eerst literatuuronderzoek en gaan we opvattingen inventariseren middels een enquête onder reclasseringswerkers, maar ook onder professionals in ambulante en klinische forensische instellingen en onder toekomstige professionals (studenten aan de Hogeschool Utrecht). Vervolgens onderzoeken we welke mogelijke invloeden dit heeft op het werk en de werkstijl van reclasseringswerkers en op het traject van de cliënt. In hoeverre werken bepaalde attitudes belemmerend of juist bevorderend?

Dit doen we aan de hand van een vignettenstudie. Deze vignetten bevatten concrete situatieschetsen van een cliënt en variëren in een aantal aspecten (o.a. type middel, hoeveelheid van het gebruikte middel en sociale context). Deelnemers zal worden gevraagd naar hun reactie, hoe zij in deze casus zouden handelen en welke overwegingen ze daarbij maken. Vervolgens zullen de deelnemers met elkaar in discussie gaan om hun keuzes toe te lichten. In meerdere focusgroepen worden de resultaten uit de enquête en vignettenstudie verder besproken om meer diepgaand inzicht te krijgen.

Tot slot willen we op basis van de gevonden resultaten een methodiek ontwikkelen voor reclasseringswerkers om met elkaar in gesprek te gaan en te reflecteren op dit onderwerp. Ook voor het onderwijs kunnen deze methodiek en de opgedane kennis uit het project worden gebruikt om toekomstige professionals optimaal voor te bereiden.

Contactpersoon
dr. Vivienne de Vogel, lector Werken in Justitieel Kader, Kenniscentrum Sociale Innovatie, Hogeschool Utrecht. www.hu.nl



Project Maatschappelijk rendement

Wat leveren de inspanningen van de SVG op bij cliënten die kampen met alcoholproblematiek en pleger zijn van huiselijk geweld? Vinden er tijdens het toezicht veranderingen plaats die de dynamiek van huiselijk geweld kunnen doorbreken? Wat levert het werk van de SVG daarmee op aan maatschappelijke baten? Op die vragen proberen we in dit onderzoek antwoord te vinden.

Werkwijze
In dit onderzoek selecteren we 45 dossiers van cliënten die onder toezicht staan bij de SVG. Op basis daarvan gaan we na welke veranderingen er zijn opgetreden op verschillende leefgebieden, als we het moment van de start van het toezicht vergelijken met het einde van het toezicht. Doordat we ook registreren welke acties er door de SVG zijn ingezet, kunnen we aannemelijk maken of de veranderingen redelijkerwijs aan de SVG kunnen worden toegeschreven. Daarbij hebben we ook oog voor de kleine en zachte maar cruciale veranderingen bij een cliënt die nodig zijn voor het bereiken van uiteindelijke, grotere doelen. Denk hierbij bijvoorbeeld aan het vergroten van emotieregulatie-vaardigheden bij een cliënt, dat nodig is om ondanks de aanwezigheid van een ‘trigger’ toch te kiezen voor een niet-gewelddadige oplossing.

Om recht te kunnen doen aan het werk dat de SVG verzet, gaan we niet alleen af op wat we in dossiers aan informatie kunnen vinden. We zetten erop in om voor 9 dossiers zowel de betrokken toezichthouder als de cliënt te spreken. In die gesprekken hopen we meer zicht te krijgen op de wijze waarop het toezicht heeft bijgedragen aan veranderingen bij de cliënt. Het legt daarmee ook eventuele leemtes bloot, die aanknopingspunten kunnen geven voor het vergroten van effectiviteit in het werk van toezichthouders.

Tot slot berekenen we met de methode van een maatschappelijke kosten-batenanalyse tot welke maatschappelijke baten het werk van de SVG voor deze cliënten groep leidt. Het zal daarmee inzicht verschaffen in het maatschappelijk nut van het reclasseringswerk voor deze groep cliënten.

Contactpersoon
dr.ir. Attila Németh, lector Waarde van Reclasseren Hogeschool Saxion. www.saxion.nl



Project Relatie alcoholgebruik en partnergeweld

Er bestaat een relatie tussen alcoholgebruik en huiselijk (partner) geweld. Dit wordt deels veroorzaakt door individuele kenmerken van de dader, maar ook deels door kenmerken van de omstandigheden (Rameakers et al, 2016). Veel individuele variaties en contextuele omstandigheden zijn echter onbekend. De verslavingsreclassering wil nu meer inzicht krijgen in de dynamiek tussen verschillende persoonskenmerken en (uitlokkende) omgevingsfactoren (omstandigheden, rol van partner) die de basis kunnen zijn van partnergeweld bij alcoholgebruik.

Werkwijze
 Het onderzoek wordt uitgevoerd op 30 cliëntendossiers van de forensische poliklinieken in verschillende regio’s en onder de betrokken reclasseringswerkers. Na toestemming van de cliënt verzamelt de onderzoeker informatie uit de geselecteerde patiëntendossiers over de cliëntkenmerken, omgevingskenmerken en de toedracht tot het partnergeweld. Met behulp van een gestructureerd interview wordt vervolgens navraag gedaan bij de reclasseringswerker over de door hem/haar ondernomen acties (voorlichting, begeleiding, toezicht, toeleiding zorg) en incidenten tijdens het toezicht en over de situaties die hij/zij heeft herkend rond het partnergeweld. Ook wordt de reclasseringswerker bevraagd op de gewenste acties in de desbetreffende casus.

Contactpersoon
dr. Eric Blaauw, lector Verslavingskunde en forensische zorg, Hanzehogeschool Groningen. www.hanze.nl

 



© Copyright 2019 Stichting Verslavingsreclassering GGZ | Privacyverklaring | Realisatie BenedenBoven