"EC heeft altijd een inhoudelijk doel"

Farida Lamrini - EC-expert bij de SVG

Een elektronische controlemiddel (EC), beter bekend als ‘de enkelband’, is een controle- en begeleidingsinstrument dat ingezet kan worden bij justitiabelen met een locatieverbod of -gebod. Iemand mag bijvoorbeeld niet meer in de woonplaats van zijn slachtoffer komen, of moet op bepaalde uren van de dag thuis zijn. Zodra hij buiten de afgesproken uren van huis gaat of een verboden gebied betreedt, wordt de toezichthouder van de reclassering of de politie hiervan op de hoogte gesteld.

Strafrechtelijke kaders
Er zijn verschillende strafrechtelijke kaders waarin een EC opgelegd kan worden”, legt Farida Lamrini, EC-expert bij de SVG, uit. “Zo kan het een voorwaarde zijn om vrij te komen na een gevangenisstraf. Of is het een voorwaarde die opgelegd wordt bij een voorwaardelijke straf of maatregel. Daarnaast kun je denken aan verloven en schorsing van een voorlopige hechtenis.”

Recidiverisico
De reclassering adviseert of EC wenselijk is. Farida: “EC kan in bepaalde scenario’s bijdragen aan het verminderen van de kans op recidive. Bijvoorbeeld wanneer het recidiverisico gerelateerd is aan een bepaalde plaats. Een cliënt mag dan niet meer in de buurt van zijn slachtoffer komen, wat door middel van een enkelband met GPS kan worden gecontroleerd. Huiselijk geweld of stalking zijn voorbeelden van delicten waarbij EC op deze manier ingezet wordt.”

Ook wanneer het recidiverisico gerelateerd is aan een bepaald tijdstip kan EC uitkomst bieden. Denk aan uitgaansgeweld: iemand gaat regelmatig uit, drinkt dan te veel en gaat gekke dingen doen. De rechter kan dan een locatiegebod met EC opleggen, met daarin de afspraak dat hij in de nachtelijke uren thuis moet zijn.”

Inhoudelijk doel
Farida benadrukt dat EC een toezicht niet kan vervangen, maar juist kan aanvullen. Het wordt altijd met een inhoudelijk doel opgelegd. Het opbouwen van een dag- en nachtritme bijvoorbeeld: “Door iemand ’s nachts binnen te houden kun je wat structuur aanbrengen. De cliënt moet leren plannen, iets wat voor onze doelgroep nog heel lastig kan zijn. Als iemand om 20.00 uur thuis moet zijn, moet hij bedenken dat hij voor die tijd boodschappen moet doen. In het begin gaat dat vaak mis. De toezichthouder kan daarover vervolgens met de cliënt in gesprek gaan. De begeleiding vanuit de reclassering is hierbij dus erg belangrijk.”

Ontmoedigen
EC kan echter niet voorkomen dat een cliënt drugs gebruikt: “Als hij niet van huis mag, dan komt de dealer wel naar hem toe. Maar we kunnen drugsgebruik wel ontmoedigen door ervoor te zorgen dat de cliënt niet naar gebruikersplekken toe gaat. En als hij dat wel doet, dan kan de toezichthouder dat zien en hem daarop aanspreken. EC is geen wondermiddel, het toezicht is altijd de basis van een succesvol traject.”

Farida Lamrini vormt samen met Ciska Trouw en Leander Grooten het EC-expertisepunt van de SVG.



© Copyright 2018 Stichting Verslavingsreclassering GGZ | Privacyverklaring | Realisatie BenedenBoven