Worden de schotten geslecht door het coronavirus?

Auteurs: Corine von Grumbkow & Matthijs Brouwer

We zitten met zijn allen in een grote pilot om nu eindelijk echte samenwerking tot stand te brengen in het sociale domein, inclusief zorg en justitie. Het wordt tijd om korte metten te maken met de nog altijd rondwarende hokjesgeest in deze sectoren.

De afgelopen decennia is het uitvoerend werk in het sociaal domein, zorg en reclassering in rap tempo geprofessionaliseerd. In dezelfde tijd was er de opkomst van New Public Management (NPM), waarmee bedrijfsmatige principes werden geïntroduceerd in de publieke sector.

De nadruk op professionalisering heeft veel goeds gebracht. Opleidingen voor deze ‘frontlijnwerkers’ zijn verbeterd en er is geïnvesteerd in onderzoek om het werk op een hoger plan te brengen. Jeugdzorg en maatschappelijk werk hebben een kwaliteitsregister. In de reclassering is volgens Van der Linde (2017) door de jaren meer nadruk gekomen op gefundeerde beslissingen. Door training gaan professionals volgens Lowenkamp e.a. (2013) hun werk anders ervaren. Binnen de reclassering staat de werkalliantie centraal: hoe komen reclasseringswerker en cliënt tot een optimaal contact ten gunste van recidivevermindering en herintegratie? Raynor en Vanstone (2018) vinden de nadruk op vaardigheden van de professional terecht, mits organisaties mee veranderen.

Echter, de in gang gezette professionalisering kent ook haar nadelen. De introductie van (quasi)markten en NPM benadrukten outputsturing en resultaten in productieaantallen. Al vrij snel na de introductie hiervan kwam er kritiek. Al in 2007 aanvaardde de Tweede Kamer met brede steun van links tot rechts de motie van Krista van Velzen van de SP om de productiesturing in de reclassering aan te pakken. Zowel binnen als buiten de sociale sector concludeert men dat NPM geen recht doet aan de complexiteit van de problematiek waar deze professionals mee werken. Von Grumbkow en Van Vliet (2013) vinden dat de frontlijnwerkers eigenlijk klem kwamen te zitten tussen missie en productie.

In praktijk leidde dit tot veel schotten  en taakspecialisaties – die eerlijk gezegd soms ook wel bij de professionals zelf tussen de oren waren gaan zitten. Het resultaat was uiteindelijk: veel overdrachten en veel professionals rond één cliënt, en daardoor veel vertragingen en misverstanden terwijl we weten dat continuïteit zo belangrijk is. Een reclasseringswerker moet soms hemel en aarde bewegen om die lastige cliënt in zorg te krijgen en te houden. Schuldenproblematiek blijkt bijvoorbeeld vaak complex en vraagt samenwerking  tussen meerdere organisaties.

Deze kritiek is inmiddels breed gedragen en er zijn tal van initiatieven om de schotten tussen zorg, sociaal domein en justitie te doorbreken. Kijk eens naar de websites van de VNG, GGZ, het CCV, de diverse departementen en congresbureaus. Wat een initiatieven, pilots en congressen hierover! Iedereen hoopt natuurlijk dat dit wat gaat opleveren. Maar zouden we nu niet wat meer kunnen proberen, misschien zelfs forceren?

De coronacrisis leidt tot nieuwe ideeën. Het werken op afstand leidt ertoe dat iedereen even dichtbij is – of kan zijn. Het overstijgt afdelingen, instellingen en organisaties. Dit verjaagt de hokjesgeest. Echte samenwerking kan nu en is nodig, want goede zorg komt volgens Kanne (2016) tot stand in co-creatie.

Maatschappelijk werkers, behandelaren en reclasseringswerkers bedenken allerlei manieren om hun cliënten toch te bereiken. We ontdekken meer mogelijkheden om een casus digitaal met verschillende professionals te bespreken, met de cliënt erbij. Dat kan veel tijd schelen. Een reclasseringswerker die samen met de cliënt even de schuldhulpverlener via de video raadpleegt kan sneller werken en schakelen. De praktijk laat zien dat dit soort dingen nu gewoon gebeuren. En goed bevallen ook. Bij sommige cliënten leidt de afstand zelfs tot vaker en makkelijker contact; ook zij hebben immers bijna allemaal een mobieltje.

Natuurlijk mist er ook informatie in een digitale gespreksomgeving: details in houding en gedrag zeggen soms meer over de feitelijke situatie, gezondheid en motivatie. We bepleiten niet om van digitaal werken en digitaal contact het ‘nieuwe normaal’ te maken, daarvoor is cliëntcontact te belangrijk – en te complex. Maar we zien wel kansen, bijvoorbeeld voor vlotte afstemming tussen professionals van verschillende organisaties. We zijn allemaal handig aan het worden met WebEx, MS Teams en Zoom; hoe gaan we dit bestendigen en vergemakkelijken? Wat zijn de good en bad practices? Deze crisis levert veel nieuwe inzichten op. Daar zal ook het nieuwe onderzoek van het Kenniscentrum Sociale Innovatie van de Hogeschool Utrecht aan bijdragen, naar het digitaal werken/werken op afstand met cliënten. Het onderzoek moet o.a. best practices in kaart brengen.

Intussen is de financieringstructuur en bijkomende vraag om verantwoording  in sommige sectoren nog argwanend. Dat leidt tot complexe overdrachten en wachten op goedkeuringen. Daarin waart de hokjesgeest sterker dan onder professionals. Kan dit met hernieuwd vertrouwen in de gedreven professional niet verbeterd worden?

Over dat vertrouwen in professionals is ook te leren van de coronacrisis. Thuiswerkers blijken hun uiterste best te doen om productief te blijven. In het bijzonder de frontlijnwerkers in het zorg- en justitiedomein blijken gedreven en idealistisch. Dit verbaast ons niet, want zij werden nooit gedreven door targets, omzet en productieaantallen (Tidmarsh, 2020). Die staan in de weg van cliëntgericht werken. Ook in het sociaal domein worden zij volgens Trappenburg e.a. (2019) vooral door professionele waarden gedreven.

Hier liggen mogelijkheden die de samenleving veiliger kunnen maken en de forensische zorg, reclassering of maatschappelijke opvang niet per se duurder. Meer vertrouwen, meer zaken aan elkaar overlaten. De coronacris is (of was) de pilotfase. Als we dit goed gaan volgen, gaan bedenken wat de kansen en valkuilen zijn en oog houden voor maatwerk, kunnen we straks meteen gaan oogsten.

Corine von Grumbkow is beleidsadviseur bij SVG Verslavingsreclassering, Matthijs Brouwer is onderzoeker bij de Hogeschool Utrecht, Lectoraat toegang tot het recht.
Matthijs Brouwer en Corine von Grumbkow zijn bereikbaar voor vragen en discussies via e-mail van Matthijs: matthijs.brouwer(at)hu.nl
.

Bron: https://ccv-secondant.nl/platform/article/worden-de-schotten-geslecht-door-het-coronavirus

Illustratie: Hans Sprangers


Blog

1,5 meter toezicht

Corona...We ontkomen allemaal niet aan de directe en/of indirecte gevolgen van het virus. Voor mij...

Lees verder

Aanmoederen...

Terwijl ik de laatste resten van de ontbijttafel afruim, mijn kleinste meisje naar boven stuur...

Lees verder

Eigen schuld, dikke bult!

Bijna stampvoetend staat ze voor me. Ze is boos. Heel boos. En ik probeer voet...

Lees verder
© Copyright 2020 Stichting Verslavingsreclassering GGZ | Privacyverklaring | Realisatie BenedenBoven