Anneke Menger promoveert op proefschrift ‘ De werkalliantie in gedwongen kader’

Gepubliceerd: 06-09-2018

Het onderzoek bestond onder andere uit het ondervragen van 267 koppels van reclasseringscliënten en reclasseringswerkers bij de start van het toezicht en zes tot negen maanden daarna.

Kenmerken
In haar proefschrift concludeert Menger dat de reclassering nog verder aan effectiviteit kan winnen als reclasseringswerkers expliciet aandacht besteden aan de kwaliteit van de samenwerking met hun cliënten. Daarbij constateerde Menger een aantal kenmerken van het contact tussen reclasseringswerker en cliënt die de kans een goed verloop van het reclasserings vergroten, maar ook kenmerken die deze kans kan verkleinen.

Hoe meer de werkalliantie voldoet aan de volgende kenmerken, des te groter is de kans dat het toezicht zonder teveel haperingen verloopt en goed wordt afgerond.

  1. Richting en Kader: er is bij cliënten zelf voldoende duidelijkheid over de doelen en taken van het toezicht (richting), over het gedwongen kader waarbinnen dat plaatsvindt en over de voorwaarden die daarbij gelden (kader). De reclasseringswerker denkt dat dit duidelijk genoeg is bij de cliënt. En cliënt en reclasseringswerker vinden beide dat zij het hierover eens zijn.
  2. Vertrouwen: de cliënt vindt dat hij zich vrij genoeg kan uiten in het contact en heeft het idee dat de reclasseringswerker zich voor hem inzet en hem voldoende vertrouwt. En de reclasseringswerker denkt dat de cliënt hem voldoende in vertrouwen neemt als dat nodig is.
  3. Binding: de cliënt voelt zich als persoon gerespecteerd en ondersteund, ook als de reclasseringswerker het delictgedrag afwijst. En de reclasseringswerker vindt zelf dat hij of zij goed luistert en ondersteunend en stimulerend is in het contact. Daarnaast zijn de volgende twee kenmerken gevonden die de kans op een goed verloop van het toezicht juist verkleinen:
    Stroefheid: de cliënt denkt negatief over de samenwerking met de reclasseringswerker en zijn  gevoelens van verzet tegen het verplichte toezicht en de reclassering blijven sterk op de voorgrond in het contact. En de reclasseringswerker merkt dat dit het geval is.
    Energie- en regieverlies van de reclasseringwerker: waar de samenwerking stroef verloopt kan de reclasseringswerker het gevoel krijgen ‘op te branden’ bij de cliënt of de regie te verliezen.

Praktisch
Wat betekenen de bevindingen verder voor het reclasseringswerk? Niet alleen onderbouwde en gestructureerde methodieken zijn (en blijven) belangrijk, maar ook de beleving van de onderlinge samenwerking, door zowel cliënten als reclasseringswerkers, doet ertoe.

Duidelijkheid over doelen en condities van het gedwongen kader is geen belemmering voor goed contact in het gedwongen kader maar juist een onderdeel daarvan. Het bieden en vasthouden van deze duidelijkheid is echter effectiever als de cliënt de reclasseringswerker voldoende vertrouwt (Vertrouwen) en zich voldoende als persoon gerespecteerd en ondersteund voelt (Binding).

Waar de reclasseringswerker te eenzijdig praat over kaders en verplichtingen, zonder werk te maken van binding en vertrouwen, kan Stroefheid ontstaan: veel verzet van cliënten en regie- of energieverlies door reclasseringswerkers.

Lees hier het hele proefschrift van Anneke.


Anneke Menger promoveert op proefschrift ‘ De werkalliantie in gedwongen kader’

Actueel/nieuws

SVG zoekt nieuwe directeur

In verband met het vertrek van de huidige directeur is de SVG op zoek naar...

Lees verder

Meer samenwerking met gevangenissen en gefaseerde terugkeer gedetineerden in samenleving

Breid de samenwerking tussen het gevangeniswezen en de reclassering verder uit, maak meer gebruik van...

Lees verder

Eerste landelijke dag Verslavingskunde

Op 16 oktober 2018 wordt vanaf 10.00 uur de eerste Landelijke Dag Verslavingskunde gevierd in...

Lees verder
© Copyright 2018 Stichting Verslavingsreclassering GGZ | Privacyverklaring | Realisatie BenedenBoven