Topje van de ijsberg

Sterk vermagerd en met een bleek ingevallen gezicht stapt hij breed grijnzend het kantoor binnen, waar ik, samen met een collega van de Heroïnebehandelunit al even op hem zit te wachten. We hadden al eerder vandaag afgesproken, maar er was eerst nog iets belangrijkers dat hij moest doen. Hij moest eerst nog even “roken” en vond dat ik wel even op hem kon wachten. Ik was allang blij dat hij überhaupt verscheen. Vorige week had hij mijn collega al voor niets laten komen en de week ervoor kon ik zelf onverrichter zake het pand aan het Hanzeplein weer verlaten..

Op mijn vraag hoe het met hem is, hoeft hij niet lang na te denken. Het gaat goed met hem! Ik vraag me af hoe ‘goed’ goed is. Hij ziet er immers niet goed uit, in mijn beleving. Ik vraag hem door. Naar zijn vriendin, naar zijn huis, naar zijn hond. Ik zie dat hij wat geïrriteerd raakt door mijn vragen en hij reageert verveeld en kortaf. Hij zit niet te wachten op mijn verhoor, maar weet wat de rechter hem heeft opgelegd en weet daarbij precies hoe hij om moet gaan met het hem opgelegde toezicht en de daarbij behorende bijzondere voorwaarden.

Hij balanceert op ’t randje van wat hij mag, moet en kan maken. Hij draait al zolang mee in het wereldje van gebruik en criminaliteit dat hij precies weet wanneer hij wat moet zeggen of juist zou moeten zwijgen.

Sinds kort woont hij samen met zijn vriendin. Een meisje nog, waarover wij als hulpverleners ons grote zorgen maken. Haar leven vol cocaïne- en heroïnegebruik, prostitutie en psychische klachten bezorgen ons hoofdpijn, koude rillingen en een groot gevoel van machteloosheid. We krijgen er niet goed de vinger achter wat er daadwerkelijk gebeurt achter de voordeur van dat huis en staan bijna letterlijk met de rug tegen de muur, zolang er geen dreigende en overlast gevende situaties ontstaan.

Mijn collega en ik delen onze zorgen met de man voor ons en voor we er erg in hebben verandert hij de sfeer van het gesprek. Daar waar hij eerder terughoudend en afstandelijk was over zijn beweegredenen en motivatie, vertelt hij nu over zijn angsten. Hij vertelt over het destructieve, impulsieve gedrag van zijn vriendin. Hij vertelt hoe bewust hij zich is van de gevaren die zij en dus ook hij, dagelijks loopt, zonder daarbij in detail te treden.

Hij laat weten dat hij graag zou zien dat zijn vriendin een baantje zou hebben als caissière in een supermarkt, maar ziet ook dat dat niet reëel is. Dat zou ze nooit kunnen. Ze is zijn meisje. Geen keukenprinses, geen Assepoester, maar wél zijn vrouw. Die hij koste wat het kost wil, moet en zal beschermen tegen alle gevaren waarmee zij dagelijks geconfronteerd wordt.

Hij wijst mijn collega en mij er fijntjes op, dat dat wat wij in ons dagelijks werk zien, maar een topje van de ijsberg is. Zonder enige wrok, boosheid of jaloezie naar onze manier van leven, geeft hij aan dat dit zijn leven is. Dat iets anders er voor hem niet inzit, dat dit zijn hoogst haalbare is. En dat dat goed is. Dat hij er al tevreden mee is, dat hij nu al meer dan een half jaar niet heeft vastgezeten. Dat er een bepaalde mate van stabiliteit in zijn leven is gekomen. Hij deelt onze zorgen over zijn vriendin en doet, net als wij op onze manier, zijn best ervoor te zorgen dat zij niet in zeven sloten tegelijk loopt. Hij is haar beschermengel, zoals ieder mens er af en toe eentje nodig heeft.

Na zijn openhartige woorden maakt hij haastige aanstalten om weg te komen. Hij moet weer op zoek naar zijn vriendin, om haar te beschermen tegen haar eigen destructieve impulsen. “Pas goed op jezelf!” kan ik niet nalaten hem te zeggen voor hij de kamer uitloopt. Bij de deur staat hij stil en draait zich naar ons toe, terwijl hij oprecht zegt:

“Ik pas wel op mezelf. Dat ben ik gewend. Ik ken het klappen van de zweep en ken de gevaren van mijn leven. Kennen jullie de gevaren van dat van jullie net zo goed? En wie past er op jullie? Sta daar maar eens bij stil…”

En met dezelfde brede grijns als waarmee hij binnenstapte, verlaat hij vervolgens de kamer, mijn collega en mij in gedachten verzonken achterlatend…

 


Blog

Aanmoederen...

Terwijl ik de laatste resten van de ontbijttafel afruim, mijn kleinste meisje naar boven stuur...

Lees verder

Eigen schuld, dikke bult!

Bijna stampvoetend staat ze voor me. Ze is boos. Heel boos. En ik probeer voet...

Lees verder

In de we(e)r(k)stand

Onderuit gezakt en met een ongeïnteresseerde blik in zijn ogen hing hij in de stoel...

Lees verder
© Copyright 2019 Stichting Verslavingsreclassering GGZ | Privacyverklaring | Realisatie BenedenBoven