Aanmoederen...

Terwijl ik de laatste resten van de ontbijttafel afruim, mijn kleinste meisje naar boven stuur waar haar broer en zus elkaar al in de haren vliegen over wie er het eerst mag tanden poetsen, drink ik de laatste slokken van mijn koffie. Een blik op de klok leert me dat we moeten opschieten. Het is weer haast-je-rep-je naar school.

Ik sta op het punt om de zelfgemaakte lunches van de kinderen in hun tas te doen als een enorm kabaal me van boven tegemoet komt. Mijn grootste meisje heeft de puberleeftijd bereikt en vandaag heeft ze uitgekozen om haar gevoel niet weg te stoppen, maar te laten spreken. En dat zullen we allemaal weten...

Na zich drie keer te hebben omgekleed, is haar humeur er niet beter op geworden. En nu heeft ze ook nog eens een bad hairday.... Het gevloek en geschreeuw is niet van de lucht. Ze baalt van zichzelf, ze baalt van haar haar, ze baalt van haar leven! Het is hopeloos en het komt nooit meer goed. Ze gooit met deuren en dendert van boven naar beneden en zit zichzelf vreselijk in de weg.

Ik doe mijn best door het geweld heen te laveren. Ik luister naar haar verhaal, praat met haar en blijf vooral rustig. Heel rustig. En ik vertel haar dat het goedkomt. Dat vandaag goedkomt. Dat ze zich geen zorgen hoeft te maken. Dat, ook al zit haar haar niet goed genoeg voor haar, ze voor mij t mooiste kind op de wereld is. Ik moeder maar wat aan.

Het lukt uiteindelijk om een halve seconde voor half negen ogenschijnlijk ontspannen op school aan te komen. Als ik de klasdeur van mijn kleinste meisje achter me dicht gooi slaak ik even een zucht van verlichting. Het is gelukt. Ze zitten er. Veilig, gevoed, gekleed en gelukkig met zichzelf.

Dan is het tijd om te gaan werken. Door alle toestanden thuis, ben ik iets aan de late kant. Onderweg bel ik mijn afspraak: een grote, lompe, onhandige, verstandelijk beperkte, autistische, verslaafde, criminele man. Hij woont begeleid en vandaag bezoeken mijn collega en ik, samen met hem, zijn broer die hij al lang niet gezien heeft. Hij bromt aan de andere kant van de telefoon dat ik dat altijd later ben. Hij raakt ervan in de war. Ik weet het, maar kan er nu niets aan doen. Ik blijf rustig en zeg hem dat ik er aan kom. Dat het goed komt.

Als hij eenmaal bij me in de auto zit, begint hij opgewonden zijn verhaal te vertellen. Over de dingen die niet lukken. De uitkering die lang duurt. De bewindvoerder die niet over de brug komt. De sportschool waar hij naartoe wil om z'n energie kwijt te raken, maar waar hij geen geld voor heeft. Dat er in de woonvorm gesproken is over vakantie naar Spanje. Maar waar hij waarschijnlijk niet mee naartoe mag. Omdat hij straf heeft. En dat hij dus alleen achter blijft.

Zoals hij ook met Sinterklaas alleen was. Dat iedereen toen naar familie was. Maar hij niet. Hij was alleen. Helemaal alleen. Zoals hij wel vaker met de feestdagen alleen was geweest.

Ik luister naar zijn verhaal. Ik praat met hem en blijf rustig. Heel rustig. En ik vertel hem dat we ervoor gaan zorgen dat het goedkomt. Dat hij naar de sportschool kan. Dat hij het goed doet. Dat hij al drie maanden clean is. En hard werkt. Dat hij leert goed na te denken en verstandige beslissingen neemt. En dat wij er zijn om hem te helpen. En dat we dat doen met alles wat binnen onze macht ligt.

En weer heb ik het gevoel dat ik ‘aanmoeder’. Nu echter niet bij mijn eigen kind. Maar bij het kind van een ander. Want dat is wat hij is. Een kind in een veel te groot lijf. In een veel te ingewikkelde wereld. Waarin hij zich met moeite staande houdt. En waarin hij de steun en begeleiding van twee reclasseringsmoeders nodig heeft om te overleven.


Blog

Eigen schuld, dikke bult!

Bijna stampvoetend staat ze voor me. Ze is boos. Heel boos. En ik probeer voet...

Lees verder

Topje van de ijsberg

Sterk vermagerd en met een bleek ingevallen gezicht stapt hij breed grijnzend het kantoor binnen,...

Lees verder

In de we(e)r(k)stand

Onderuit gezakt en met een ongeïnteresseerde blik in zijn ogen hing hij in de stoel...

Lees verder
Realisatie BenedenBoven