Anouk IJdo & Harriet Hoovers Toezichthouder bij Palier verslavingsreclassering Den Haag (Harriet is hiernaast ook trainer bij dezelfde organisatie)
Hoe zijn jullie in de verslavingsreclassering terecht gekomen?
Anouk: Ik ben vanuit mijn studie in contact gekomen met werken in een gedwongen kader. Het kwam op mijn pad maar ik heb er geen moment spijt van gehad.
Harriet: Vind ik ook, het
is leuk dat je zoveel te maken hebt met zaken als psychiatrie.
Anouk: Ja, dat. En de diverse problemen die te tegen komt.
En nu? Wat houdt jullie werk precies in?
Anouk: Een rapporteur
schrijft eerst een rapport en een plan van aanpak. Daarin kunnen bepaalde
interventies zijn toegevoegd. Die kunnen worden opgelegd als bijzondere
voorwaarden. Wanneer een cliënt veroordeeld is met reclasseringstoezicht komen
wij als toezichthouders om de hoek kijken. Wij geven invulling aan dat toezicht
door middel van de opgelegde bijzondere voorwaarden en het gemaakte plan van
aanpak.
Harriet: Maar wel
afhankelijk van het niveau van de cliënt. Eerst kijken hoe iemand er bij zit en
van daaruit verder werken. Daarbij moet je dynamisch zijn. Soms gaat het
allemaal goed, soms moet je de cliënt meer motiveren.
Anouk: Die motivatie kan
natuurlijk ook extern zijn. Dan kun je dat gebruiken om je uiteindelijke doel
te bereiken.
Harriet: In het begin
zijn praktisch alle cliënten extern gemotiveerd. Die werken alleen mee vanwege
een gedwongen kader of een gezinslid dat hun dierbaar is. Daar willen we
uiteindelijk een interne motivatie van maken. Als dat lukt is het extra leuk
werken.
Anouk: Soms zijn het ook de kleine stapjes die het leuk maken. Ik heb bijvoorbeeld veel veelplegers, dat zijn cliënten waarbij het moeilijk is om snel veel te veranderen. Dus geniet je meer van de kleine verbeteringen.
Hoe zorg je voor een goed contact met je clienten?
Anouk: Door elkaar te
blijven zien. Dat is vooral hier, maar ook op huisbezoek, in klinieken of in de
gevangenis.
Harriet: Het meeste wel
hier natuurlijk. Bij wat jongere cliënten probeer ik ook nadrukkelijk contact
te leggen met hun omgeving.
Anouk: Dat maak ik bij
veelplegers maar weinig mee, die hebben weinig contact meer met andere mensen.
Dan is het meer praktisch, een bandje opbouwen, zorgen dat je in ieder geval
weet waar ze zijn.
Harriet: Dat heb ik dan
met gevallen van huishoudelijk geweld sterker. Dat ik probeer goed contact met
de omgeving te leggen.
Anouk: Tja, die zaken doe
ik bijna niet.
Harriet: We werken hier ook wel met ‘specialisaties’. Iedereen heeft wel een beetje zijn voorkeuren of is goed met bepaalde groepen. Daar delen we de mensen dan ook op in.
Het is moeilijke doelgroep waar de SVG mee werkt.
Veel verslavingen met bijbehorende problemen. Hoe weten jullie dat je cliënt
niet keihard staat te liegen?
Anouk: Dat is heel
lastig. Sommigen ken je gelukkig door en door en dan zie je wel of ze tegen je
liegen. Uiteindelijk hebben ze er natuurlijk wel vooral zichzelf mee.
Harriet: Inderdaad. Ik
confronteer ze daar altijd mee: “Als je tegen me liegt, heb je daar alleen
jezelf mee”.
Anouk: Je hebt het ook
wel door als ze zichzelf tegenspreken. Kwestie van goed opletten.
Harriet: Maar ook: altijd
onthouden dat je nooit zeker weet dat ze niet liegen. Soms kun je dat checken,
soms niet. Er is geen reden om eindeloos te twijfelen. Natuurlijk letten we wel
goed op signalen om te twijfelen aan wat de cliënt vertelt.
Anouk: Toch kun je soms
ook heel boos worden als iemand zijn afspraken niet nakomt. Als je er wel heel
veel werk in hebt zitten.
Harriet: Ja als toch
blijkt dat... Ik weet over wie jij het hebt.
Anouk: Dat was een zaak
waarbij iedereen toen dacht: dit komt goed en uiteindelijk komt hij gewoon niet
opdagen. Heel frustrerend was dat.
Harriet: Jij doet
natuurlijk ook vooral veelplegers. Ik heb dat minder en dus meer
succesverhalen.
Anouk: Leuke is wel dat die veelplegers respect voor je hebben. Ook al zeggen ze van niet, jij bent dé stabiele factor. Dat is wel mijn ding.
Over die succesverhalen gesproken: wat was nu een cliënt
die je langere tijd onder toezicht had en waar je achteraf echt tevreden over
bent? Waarbij je achteraf écht tevreden naar huis ging?
Anouk: Eentje is bij mij
echt als junk binnengekomen. Hij kwam zo slecht hier, verslaafd aan heroïne en cocaïne.
Hij is toen naar de Remise (woonproject voor veelplegers Palier) geweest. Nu
heeft hij een eigen woning en gaat het helemaal goed met hem. Eens in de zoveel
tijd spreek ik hem nog. Moet ik even helpen met kleine dingen. Maar geen
gebruik, niets meer. En dat komt bij veelplegers niet vaak voor.
Harriet: Ik heb meerdere
positieve herinneringen, maar één springt er voor mij echt uit. Die man had op
gruwelijke zijn bovenbuurman vermoord tijdens een vermoedelijke drugspsychose.
Hij kreeg een lange straf, maar kwam uiteindelijk met een enkelbandje naar
buiten. Hij kreeg toen een baantje bij een school, waar hij nu nog werkt. Ik
zie hem er wel eens rondlopen. Laatst sprak ik zijn werkgever en die was nog
steeds laaiend enthousiast. Ik geloof dan ook echt dat hij het daar heel goed
doet.
Verslavingsreclassering in 2016 : Wat kan er
beter?
Harriet: Misschien een
mogelijkheid om buiten kantoortijden meer te doen? Een avondpoli? Zoals
vroeger, voor mensen die weer veertig uur per week moeten werken.
Anouk: Wachttijden zijn
ook vaak lastig. Er is al zoveel veranderd. Ik vind dit echt een lastige vraag,
moeilijk om te zeggen wat er verbeterd kan worden.
Harriet: Ik weet het! De
reclassering moet terug in de gevangenis. En zo eerder bij de gevangenen komen.
Anouk: Ik denk wel dat je
mensen zo sneller kan helpen. Je kunt ze gelijk spreken en toeleiden.
Harriet: En gelijk
inzetten op gedrag, voor mensen weer buiten komen.
Anouk: Ja, dan zit je wel dichter op het vuur.