De kwaliteit van het werk van de reclassering is in grote mate afhankelijk van de werkers en de manier waarop zij hun werk doen, hun cliënten benaderen. Dit wordt niet alleen bepaald door hun deskundigheid, opleiding en ervaring maar ook door de context waarin zij hun werk moeten doen.
Collega’s, de organisatie, de organisatiecultuur, het management en de gehele keten waarin zij werken maken deze context. Maar ook de wet- en regelgeving, de visie van de politiek op de reclassering en de wijze waarop het veld moet worden aangestuurd zijn medebepalend voor welke ruimte we onze werkers gunnen om hun werk te doen en wat we van ze verwachten. Professionele ruimte is voor de SVG dan ook een belangrijk thema.
De SVG heeft hierover een uitgesproken mening:
Reclasseren is door de keten heen werken
Reclasseren is reclasseren met zorg. Het kunnen werken door de ketens van zorg en justitie heen, is een absolute voorwaarde om ons werk te kunnen doen. Ons werk houdt niet op als een regel of financieringsvoorwaarde stelt dat we moeten overdragen naar een andere werker of een andere organisatie, terwijl dat niet in het belang is van de cliënt. De kern van ons werk is herintegreren.
Sommige regels zijn onmisbaar, zoals t.a.v. de registratie en de dossieropbouw
We werken met cliënten in het strafrecht. Het strafrecht is ons kader. Je houden aan afspraken, het zorgdragen voor goede registratie en een optimale dossieropbouw zijn voorwaarden om ons werk te kunnen doen. Ook afspraken over hoe we ons werk doen, zijn nodig om te zorgen dat bijvoorbeeld de rechter het advies krijgt waar hij om vraagt, en dat hij erop kan vertrouwen dat ons werk voldoet aan een zeker professioneel niveau. We houden ons aan deze afspraken. Deze regels en afspraken dienen het werk en ondersteunen de reclasseringswerker. Regels, afspraken en protocollen die niet hieraan beantwoorden, voeren wij in principe niet in. Tenzij…….
Andere regels en afspraken lijken daarentegen overbodig
De laatste jaren zijn er veel nieuwe regels over de reclassering heen gekomen. Het heeft helaas politiek ontbroken aan een duidelijke visie op reclasseren, en ook aan een visie op hoe je dan de reclassering zou moeten besturen. Dit heeft gezorgd voor een teveel aan regels. Denk aan de regels rond de indicatiestelling. Het wordt steeds lastiger iemand snel naar behandeling te krijgen. De SVG is dan ook niet even gelukkig met alle regels die er zijn. We blijven strijden voor minder bureaucratie.
Dealen met de regels
Voor een groot deel zien we een bepaalde mate van bureaucratie als een gegeven. Er zijn ook belangrijke en goede regels. En daarnaast kunnen we de realiteit ook niet volledig veranderen. We hebben ermee te dealen! Managers vervullen hierin een belangrijke rol. Zij kunnen een “hitteschildfunctie” waarmaken en waar nodig bureaucratie wegnemen ten behoeve van hun werkers. De SVG managers zetten zich hiervoor in.
Werkers verstevigen hun positie
Maar ook de werkers moeten hun positie verstevigen. De opleidingen en lectoraten maken nieuwe opleidingsmogelijkheden, specifiek gericht op het reclasseringswerk. Vertrouwen kan je deels ook verdienen. Hoe beter de werkers uiting geven aan hun deskundigheid, hoe meer we laten zien wat het werk inhoudt, hoe groter de kans dat de reclassering (weer) de ruimte krijgt.
Pilot van Velzen
In 2007 is in de Tweede Kamer de motie van Velzen/Teeven aangenomen. De motie stelt dat de reclasseringswerkers te veel worden geleid tot het maken van produktie en vraagt om bij wijze van experiment in een nader te bepalen regio reclasseringswerkers meer professionele ruimte te geven. De SVG heeft zich ingezet voor de totstandkoming van de motie en van het project, dat sinds 2009 in de regio Eindhoven gaande is. De pilot van Velzen wordt eind 2010 afgesloten.
De Universiteit Utrecht en de Hogeschool Utrecht hebben het 1e jaar van de pilot onderzocht. De werkers zijn vooral de leemtes in het reclasseringsproces gaan overbruggen. Zij gaan bijvoorbeeld al aan de slag met cliënten voor wie nog geen juridisch kader is, of ze gaan na afloop nog een tijdje door. Er komt veel creativiteit boven, maar het is ook duidelijk dat het gaan benutten van vrije ruimte een leerproces is. Het management heeft hierin een cruciale rol.
Onderzoek naar regeldruk
Naar aanleiding van de motie Van Velzen/Teeven is de SVG gaan onderzoeken waar de meeste knelpunten qua regelgeving liggen. Uit het onderzoek blijkt dat de totstandkoming van de regels een diffuus proces is, dat begint bij het besturingsmodel. Dit is heel onduidelijk, waardoor steeds op twee gedachten wordt gehinkt door “Den Haag”. Heeft de reclassering een complexe overheidstaak uit te voeren of is het een markt? Doet de overheid aan Outputsturing of bemoeit ze zich met de interne processen van de reclassering? De reclassering heeft dan ook te maken met outputsturing en afrekenregels, maar ook met beleidsregels als bijvoorbeeld de verplichte taaksplitsing. Het moeten registreren lijkt daarentegen steeds minder een probleem te zijn en wordt ook steeds eenvoudiger. Werkers lijken wel veel last te hebben van de “knippen in de keten”,waardoor de cliënt steeds van de ene naar de andere werker en/of organisatie moet worden overgedragen en van de verplichte taakscheiding tussen advies- en toezichtstaken.