Mensen met een licht verstandelijke beperking leiden veel vaker aan
psychiatrische problematiek en gedragsproblemen dan normaalbegaafde mensen. Vanwege hun verstandelijke beperking blijkt het begeleiden en behandelen
van deze mensen in de praktijk vaak een bijzonder lastige opgave. Er
wordt namelijk bij interventies vaak een beroep gedaan op cognitieve of
empathische vermogens die bij deze mensen juist vaak minder ontwikkeld
zijn.
In de praktijk is het vaak de vraag welk deel van het gedrag
voortkomt uit de verstandelijke beperking en welk deel uit psychiatrische
problematiek. Hoe kunnen we bijvoorbeeld een psychiatrisch probleem signaleren
bij mensen met een licht verstandelijke beperking? Hoe kunnen we henzelf en hun
familieleden daarin zo goed mogelijk begeleiden? Op welke “restcapaciteit” van
de verstandelijk beperkte cliënt kan ik wel en geen beroep doen? En hoe doe ik
dat dan? Werkt dat dan ook als de cliënt naast een licht verstandelijke
beperking ook een autisme spectrum stoornis heeft?
Op deze dag zullen
sprekers uit wetenschap en praktijk antwoorden zoeken op deze en andere,
gerelateerde vragen.
Dit symposium is speciaal aan te bevelen voor
professionals werkzaam in de jeugdzorg, het (speciaal) onderwijs, de JGZ, de
GGZ, verstandelijk gehandicapten zorg, gespecialiseerde thuiszorg,
maatschappelijk werk, kinderopvang en drugshulpverlening.